Stichting Music #MeToo sleept rappers als Boef, Frenna en Lil Kleine alsnog voor de rechter. De gesprekken met de labels hebben niks geholpen…

De stichting ergert zich al een tijd aan het (vrouwonvriendelijk) gedrag van bepaalde rappers. “Het gaat ons niet om de songteksten, die vallen onder artistieke vrijheid. Maar als je als artiest bij een benzinepomp een vrouw tegenkomt, is het niet normaal haar uit te maken voor hoer.” Zij vinden dat platenlabels en managers meer verantwoordelijkheid horen te nemen, maar dit niet hebben gedaan.

Ze hebben dan ook al eerder een verzoek aan de rechtbanken Amsterdam en Midden-Nederland ingediend om de artiesten en de bestuurders van hun platenlabels op te roepen voor een getuigenverhoor. Maar toen de labels lieten weten in gesprek te willen gaan met de stichting, trokken ze deze weer in.

Die gesprekken hebben dus niks geholpen, want de stichting heeft dit verzoek opnieuw ingediend. “Er is geen weg meer terug, er is genoeg gesproken”, stelt Karim Aachboun, juridisch adviseur en woordvoerder van Stichting Music#MeToo. “Het volgende gesprek is een getuigenverhoor bij de rechter.”

De stichting heeft onder andere Boef, Frenna, Ali B, Lil’ Kleine, Ronnie Flex en Emms gedaagd. Daarnaast zijn ook bestuurders van de labels Warner Music, Universal Music en Top Notch gedaagd. Bestuurders van het managementbureau SPEC, waar Ali B de eigenaar van is, zijn ook gedaagd door de stichting.

Warner Music laat weten de verzoeken voor voorlopige getuigenverhoren te bestuderen. Het label werkt aan een reactie en ziet de zaak met vertrouwen tegemoet. SPEC zegt niets vernomen te hebben van de verzoekschriften van de Stichting Music#MeToo. Het bedrijf stelt de stichting vorige maand nog uitgenodigd te hebben voor een gesprek.